Beelden waren lange tijd mijn vaste woordenboek. Maar de laatste tijd merk ik hoe fijn het is om ook woorden te laten spreken. En hoe blij ik daarvan word.

 
Schrijven begint bij mij nooit met een strak plan. Het ontstaat vaak uit iets kleins: iets wat ik zie, hoor of meemaak.

Soms komt het vanzelf. Soms moet ik er een beetje omheen wandelen. Maar er komt altijd een moment waarop het klopt. Waarop ik voel: dit is wat ik wilde zeggen.

Net als achter mijn camera kan ik dan een beetje verdwalen. In de woorden, in de sfeer, in het zoeken naar dat ene zinnetje dat voelt als thuiskomen. Dat speuren vind ik misschien wel het leukste. Puzzelen tot een zin precies het gevoel vangt dat ik bedoel.

Ik geniet ervan om naast beelden ook verhalen te maken. Om te mogen schrijven over wat me raakt, verwondert, aan het lachen maakt. Over mensen, natuur, kleine dingen in het dagelijks leven die groter blijken dan je denkt.

Misschien omdat woorden op een andere manier binnenkomen. Of omdat ik stiekem net zo gelukkig word van een goed lopende zin als van mooi herfstlicht door een dennenbos.

Wat het ook is: ik voel dat dit schrijven net als een stoofpan mag sudderen. Dat het mag pruttelen op laag vuur, terwijl ik rondloop, kijk, leef, ontdek. En ergens later het deksel optil en denk: Ja, nu is het goed.

En als jij hier af en toe meeleest, hoop ik dat je iets herkent. Een glimlach, een gedachte, een zucht van: “Oh ja, dat heb ik ook”.
Want verhalen zijn misschien wel het mooiste wanneer ze niet alleen van de schrijver zijn, maar ook een beetje van degene die ze leest.

Liefs,
Esther