Mijn weg naar fotografie.

 
Of ik vroeger al wist wat ik later wilde worden? Nou, eigenlijk helemaal niet.

Er waren wel twee dingen waar mijn droombaan aan moest voldoen: mensen helpen en iets creatiefs doen. Zo riep ik vroeger dat ik tekenlerares wilde worden. Niet omdat ik goed kon tekenen – dat kon ik namelijk niet – maar omdat ik mensen blij wilde zien worden van iets wat ik met hen deelde. Dat gevoel is altijd gebleven.

Ergens tussendoor noemde ik ook nog dierenarts, maar dat bleef niet hangen. En tekenlerares viel af toen ik merkte dat voor de klas staan niet echt mijn ding was. Vroeger kreeg ik al buikpijn van spreekbeurten. Nu weet ik: ik ben liever de stille observator, de verteller die kleine, echte momenten vastlegt.

Alle puzzelstukjes vielen pas echt op hun plek in 2005, tijdens een kampeervakantie in Frankrijk. Daar ontdekte ik dat ik fotograaf wilde worden. En dat terwijl mijn moeder dat ook was. Pas later besefte ik hoe bijzonder dat eigenlijk is: dat we allebei dezelfde liefde voor beelden en verhalen vonden, zonder dat ze me ooit stuurde. Ik bewonder haar daar heel erg om. Ze gaf me altijd de ruimte om zelf te ontdekken wat bij me paste.

In de jaren daarna ontdekte ik dat ik met mijn creativiteit ook mensen kon helpen. Niet door les te geven of mensen te verzorgen, maar door te laten zien wat er toe doet. Door beelden te maken die verbinden en aandacht vragen voor wat vaak onopgemerkt blijft.

Het is inmiddels meer dan twintig jaar geleden dat ik mijn passie voor fotografie vond. Sindsdien ben ik op meerdere vlakken gegroeid. Ik ben volwassener, heb meer zelfvertrouwen en ben minder onzeker dan vroeger.

Het willen helpen van mensen zit er nog altijd in. Dat doe ik nu op mijn eigen manier, via mijn eigen pad. Hoe lang het pad ook is, het staat altijd vol kleurrijke bloemen, en soms een flinke portie modder.

Wat wilde jij vroeger worden? En doe je dat nu, of is je route net zo kronkelig en verrassend als de mijne?

Liefs,
Esther